10 factoren die innovatie bepalen

Stuart Miles Stagnate Innovate

Image courtesy of Stuart Miles/FreeDigitalPhotos.net

Wie wil innoveren, moet dat wel kunnen en willen! Innoveren stelt daarom nieuwe eisen aan de medewerkers, aan de leidinggevenden en aan de relatie tussen die twee. Welke factoren zijn het meest van invloed op het vermogen te innoveren?

Naar die vraag deed ik vorig jaar onderzoek (‘Vernieuwend Denken, Anders Doen’, 2012). Het ging me niet om de uitkomst van innovatie (een nieuw product of een dienst). Wel om de (cultuur)verandering waardoor de organisatie in staat is zelf tot dat nieuwe product of dienst te komen.

Anders geformuleerd: aan welke knoppen kun je draaien om het innovatieve vermogen te vergroten, zodat medewerkers vernieuwend gaan denken, anders gaan doen en innovatie op gang komt?

Hieronder volgt een lijst van 10 factoren, op zowel individuele als organisatorische niveau. Bij individuen gaat het vooral om de wil te veranderen en het vermogen (het kunnen) vernieuwend te denken en anders te werken.

De organisatie moet de voorwaarden voor de medewerkers creëren om te kunnen innoveren. Wie innovatie tot kernwaarde van een organisatie wil maken, moet uiteindelijk een cultuur bevorderen waarin vernieuwing als het ware in de genen van de organisatie komt te zitten. Innovatie is dan het werk van élke medewerker, elke dag.

1. Leiderschap
Leidinggevenden zijn de belangrijkste sta-in-de-wegs voor innovatie. Dat waren de bevindingen van een onderzoek onder Nederlandse innovatie professionals (‘Oog op Innovatie 2010’ van innovatiebureau Six Fingers en Marktonderzoekbureau DBMI). ‘Als het management zijn bloederige klauwen er eens van af haalde, zouden we ver komen’, reageerde een respondent.

De leidinggevenden zijn cruciaal in het proces, zij kunnen innovatie maken of kraken. Veel organisaties kampen met leidinggevenden die zelf niet willen of kunnen veranderen. Of niet weten hoe je medewerkers daarin moet meenemen.

Om vernieuwing van de grond te krijgen moeten leidinggevenden allereerst leren loslaten en faciliteren: geef medewerkers de ruimte zelf hun werk creatief in te vullen (binnen de organisatiekaders) en bevorder een open en flexibele sfeer, waarin ideeën rijkelijk vloeien en ruimte ontstaat te werken aan doorbraken en vernieuwing. Vernieuwing komt niet uit de directiekamers of van het MT, maar vanuit de organisatie waar een grote diversiteit van mensen en ideeën aanwezig zijn. Betrek iedere medewerker er dus bij. Hoe meer ideeën, hoe beter. Hoe meer betrokkenheid, hoe beter het gaat werken.

Leef als leidinggevende de nieuwe cultuur vóór: walk the talk! Enthousiasmeer dus, stimuleer, moedig aan, geef vertrouwen, engageer en luister. En neem risico en sta fouten maken toe. Innovatie vraagt nadrukkelijk om een andere stijl van leidinggeven, waarin de ego’s worden thuisgelaten.

2. Een heldere strategie
Innovatie wordt niet gedaan om te innoveren, maar om bij te dragen aan de missie en doelen van de organisatie. Als die niet duidelijk zijn, blijf je met zijn allen rondjes draaien in plaats van meters vooruit te maken. Zeg daarom eens wat vaker ‘nee’ en houdt focus en koers.

3. Open mindset
De leidinggevende is belangrijk, maar kan het niet alleen. Is de medewerker in staat met een open vizier uitdagingen tegemoet te treden en van de geijkte paden te wijken? Is hij bereid nieuwe mogelijkheden met een open mind te zien.

Met andere woorden, kan de medewerker veranderen of zit hij vast in een strak keurslijf van organisatieprocedures en in de groef: ‘Zo doen we het hier altijd!’? Bij organisaties met medewerkers die teveel met zichzelf bezig zijn en teveel naar binnen zijn gericht, ontstaat een laag stof over het denken. Voor innovatie is het zeer bevorderlijk om open te staan voor de buitenwereld en voor nieuwe invloeden, en niet bevoordeeld de nieuwe mogelijkheden al bij voorbaat af te keuren. Is het niet vreemd dat we liever bekende problemen hebben, dan nieuwe onbekende mogelijkheden?

Een organisatie is gebaat bij medewerkers die de status quo ter discussie durven stellen. Medewerkers ook die ideeën en informatie van andere sectoren kunnen koppelen aan de eigen behoeften. Die gaan netwerken om nieuwe informatie te verkrijgen en nieuwe verbindingen te maken. Die goed waarnemen wat klanten en de business partners doen. En die bereid zijn te experimenteren met nieuwe ideeën.

4. De intrinsiek gemotiveerde medewerker
Wat is er meer waard dan een medewerker die elke dag met veel enthousiasme zijn werk doet? Je kunt externe prikkels inbouwen voor te verwachten prestaties (bonussen bijvoorbeeld), maar onderzoek wijst uit dat intrinsieke motivatie (het sterke innerlijke verlangen iets te doen, gebaseerd op interesse, belangen en passie) veel beter werkt.

Ieder individu heeft bepaalde expertise en in meer of mindere mate het vermogen om creatief te denken. Maar de intrinsieke motivatie bepaalt of iemand in actie komt of niet. En daarop hebben managers de meeste invloed. Vraag je dus af: waar haalt de medewerker zijn energie vandaan? En moedig medewerkers aan met complimenten en positieve feedback, en geef hen ruimte en sta toe dat er fouten worden gemaakt.

5. Vertrouwen en ruimte krijgen en nemen
De ruimte en autonomie die de medewerker krijgt om naar eigen inzicht invulling te geven aan nieuwe ideeën en oplossingen, bevordert het gevoel van eigenaarschap. En eigenaarschap, zo is bekend, maakt dat mensen meer verantwoordelijkheid nemen en harder gaan lopen. Moedig dat aan, het bevordert het vertrouwen en de intrinsieke motivatie. Waar het leiderschap het einddoel en de visie – het waarom – duidelijk moet maken, mag het proces er naartoe – het hoe – niet (teveel) vastliggen.

6. Tijd en geld
Als je wilt innoveren, moet er tijd en geld worden vrijgemaakt om vernieuwing van de grond te trekken. ‘Druk, druk, druk’ is een van de grootste obstakels bij vernieuwing. Het werk komt nooit af, dus kom je ook nooit aan iets anders toe.

Het bekendste voorbeeld hoe dat anders kan, is natuurlijk Google. De zoekmachine-gigant geeft zijn medewerkers 20 procent van hun tijd vrij om te werken aan dingen waar zij zelf in geloven. Steeds meer bedrijven zien in dat zij hun medewerkers naast ruimte ook tijd moeten geven om te exploreren, te ontdekken, te freewheelen. Die manier van werken leidt eerder tot vernieuwing dan de propvolle 40-urige werkweek met strak omlijnde taken.

Ook geld is belangrijk om te kunnen investeren in vernieuwing. Toch is geld niet per se een noodzakelijke voorwaarde. Schaarste leidt immers ook tot creatieve inzichten om problemen anders op te lossen. Aan de andere kant; helpt een briljant idee niet om zeep door er geen of te weinig geld in te investeren.

7. Feedback van de klant
‘De klant centraal’, dat is het mantra van veel managementgoeroes tegenwoordig. Maar als Henry Ford naar de klant had geluisterd, reden we nog in een paard met wagen. Of was Apple nooit gekomen met een iPhone met touchscreen. Wie zat daar op te wachten? klant,

Sommigen raden daarom af je oren te luisteren te leggen bij de klant. Het gaat er niet om de klant te vragen wat hij wil, maar wel te vragen wat hij vindt van jouw product of dienst. Die feedback is onmisbaar en kan leiden tot nieuwe inzichten en vernieuwing.

8. Een divers team
Sommige organisaties hebben veel creatieve mensen in dienst met fantastische ideeën. En komen er dan na een tijdje achter dat de uitvoering van die ideeën stokt. Als er nauwelijks mensen in je team zijn die de ideeën kunnen omzetten naar een reëel product of dienst, blijf je steken in luchtfietserij.

Veel literatuur gaat over de vraag hoe creativiteit bevorderd kan worden. En dan wordt vaak gedacht aan de flip-overs, de creatieve sessies, brainstorms, ruimte voor medewerkers etc. Maar de sleutel tot innovatie ligt net zo goed bij de uitvoering en het naar de markt brengen van een briljant idee. Een diverse organisatie kent een goede mix tussen innovators (de mensen met de ideeën) en de realiseerders/uitvoerders.

Diversiteit (van levenservaring, geslacht, leeftijd, functie, etnische achtergrond, rol in het team etc.) voorkomt ook dat je blijft hangen in één groef. Tegengestelde perspectieven bevorderen creativiteit en vernieuwing. ‘Lastige’ medewerkers, die zich durven uitspreken en die vraag stellen die niemand nog had durven stellen, zou je om dezelfde reden moeten koesteren.

9. Een flexibele organisatievorm
Onderzoek van Inscope van de Erasmus Universiteit Rotterdam stelt dat het innovatiesucces in Nederland tegenwoordig voor ca. 75 procent wordt bepaald door innovatief organiseren en slechts voor 25 procent door technologische innovaties.

De innovatieve organisatie verandert onder andere de structuur van het bedrijf (van verticaal naar horizontaal), decentraliseert de besluitvorming, werkt met crossfunctionele teams die divers en flexibel zijn, speelt in op veranderingen in de markt of samenleving en kent een informeel leiderschap. Dit type organisatie is vooral een (snel) lerende organisatie.

10. Samenwerkingspartners
De innovatieve organisatie zoekt aansluiting bij strategische – of kennispartners buiten de eigen organisatie of sector om. Ook co-creatie met klanten, leveranciers en andere stakeholders is nuttig. Het leidt tot nieuwe inzichten en andere competenties.

Zet de sluizen open. Innovatie vindt steeds minder plaats bij individuele organisaties en steeds meer in netwerken van inter-organisatorische en intersectorale relaties. Dat vereist wel een open mind van de medewerkers en de organisatie, en vaardigheden om anders samen te werken.

Tot slot
Uit mijn onderzoek bleek, tot slot, dat creativiteit en ervaring met innoveren veel minder belangrijke aspecten zijn. Iedereen is op een bepaalde manier creatief of kan dat worden. Als er maar de ruimte voor is. Tegelijkertijd hoeft niet iedereen een creatieve genius te zijn. Sommigen zijn nu eenmaal buitengewoon creatief van zichzelf. Ook ervaring met dit soort trajecten is van veel minder belang dan soms wordt gedacht.

Bovenstaande factoren staan niet los van elkaar. Zij versterken elkaar. Om innovatie écht van de grond te krijgen is een cultuurverandering nodig. En die gaat niet over een nacht ijs. Een systematisch aanpak van innovatie blijft daarom essentieel.

Heb jij nog aanvullingen op de 10 factoren? Laat het hieronder weten.

Social Share

Related Posts

Leave a reply