De macht der gewoonte

Fatima, een Nederlands-Marokkaanse kennis van me, mocht als opgroeiend meisje in Marokko niet naar school van haar vader. De gangbare gedachte was: meisjes gaan niet naar school, die helpen hun moeders in het huishouden. Toen haar vader in Nederland werkte, liet haar moeder haar een jaar lang wel naar school gaan. Maar toen haar vader daar achter kwam bij terugkeer in Marokko, werd Fatima’s talent alsnog in de knop gebroken.

Op haar 19e jaar emigreerde Fatima met het gezin naar Nederland om bij hun vader te komen wonen. Hier leerde ze de Nederlandse taal. Fatima, een intelligente vrouw, maakt nu schoon. Grappend zegt ze wel eens tegen haar vader dat hij de schuld is van haar verloren toekomst.

Hij verdedigt zich met het feit dat het toentertijd ‘normaal’ was dat meisjes niet naar school gingen. Iedereen deed dat. Het was een gewoonte, een traditie. (Fouten toegeven blijft nog lastig).

Cultuur
Iedereen heeft gewoonten, dieper of minder diep ingesleten. Dat gebeurt ook op ons werk. We doen dingen waarvan we ons niet meer afvragen waarom we dat zo doen. Het lijkt een enorme stap van meisjes die niet naar school mogen (‘achterlijke culturen’, noemen sommigen dat hier in het Westen), maar in essentie gaat het om dezelfde mechanismen.

Achterhaal op je werk maar eens welke gewoonten jullie hebben. Wat is onderdeel van jouw cultuur? Welke dingen gaan zoals ze altijd gaan? Welke activiteiten zijn daarbij inefficiënt? Aan welke gewoonten mogen ze niet komen?

Je kunt het ook aan mensen vragen die nieuw zijn bij jouw organisatie. Zij kijken in hun aanvangsperiode doorgaans nog fris en kritisch aan tegen die bedrijfsgewoonten. Maar vraag het snel, want na enkele weken vertonen de nieuwelingen vaak alweer hetzelfde gedrag als een ieder ander en hebben ze zich aangepast aan de heersende gewoontes. Zo werkt conformisme, onbewust.

Vergaderingen
Een voorbeeld uit de praktijk. Uit onderzoek blijkt dat werknemers zo’n beetje het meest klagen over het vergaderen. Die duren (te) lang, er worden geen beslissingen genomen, heel vaak worden punten doorgeschoven – vanwege tijdsgebrek of slecht voorzitten, de notulen zijn veel te lang, de stukken worden te laat doorgestuurd, niemand heeft iets gelezen of kunnen lezen ter voorbereiding etc.

Bijna iedereen die je ernaar vraagt, zegt dit te herkennen, maar wie doet er iets aan? Wie durft ter berde te brengen dat het anders moet -en dan niet als een klacht bij het koffieapparaat. Het zijn er weinig. Want: ‘zo gaat dat nu eenmaal’.

Anders werken
Wie werpt op om met elkaar en constructief te onderzoeken hoe de werkwijze anders zou kunnen? Dat vereist dat je start met de vraag óf je het anders wilt. Om dan vervolgens constructief en met elkaar te onderzoeken hoe het anders kan.

We weten dat dit moed vereist van de inbrenger. Maar evengoed mag van de anderen begrip en een coöperatieve opstelling worden verwacht.

Pas als we bereid zijn eerlijk en open te kijken naar onze eigen gewoonten, komt er verandering.

En zo niet, dan blijven we de bloei van talent, de vooruitgang en het werkplezier in de weg staan. Zoals Fatima heeft ervaren. En zoals veel werknemers dat ervaren.

Zie ook het verhaal over Misbruik in de kerk en innovatie: http://180innovatie.nl/misbruik-in-de-kerk-en-innovatie/

Social Share

Next post:

Related Posts

Leave a reply