‘Zie je mij?’ Het wonder van de vernieuwing

facetime-ipad-2-tablet-pc

Mensen veranderen niet graag. Wij wijken niet snel af van wat we hebben of hoe dingen ‘normaal’ gaan. Tegelijkertijd is het fascinerend om te zijn hoe verwonderd we zijn als we een vernieuwing voor het eerst ervaren. Dat leidt soms tot hilarische en herkenbare scènes.

Mijn kantoorgenoot moest een exemplaar van een tijdschrift sturen naar de vormgever en één naar de tekstschrijver. Hij had echter maar een exemplaar. Toen bedacht hij zich dat het programma FaceTime (bellen met video) op zijn iPad uitkomst kon bieden. Via het draadloze internet kon hij het tijdschrift virtueel tonen.

Telefoon
Hij belde vervolgens eerst de vormgever om te polsen of hij het videoprogramma had. Na bevestiging werden de apparaten erbij gehaald en FaceTime opgestart. Via de telefoon testten zij of het programma werkte. ‘Zie je mij?’ riep hij na een paar seconden hard door de telefoon. ‘Zie jij mij nu?’

Zij klooiden wat aan de apparaten, maar na een paar keer ‘En nu? Zie je mij nu?’ was er genoeg vertrouwen in de communicatielijnen dat de telefoon kon worden weggelegd. De conversatie werd vervolgd via FaceTime.

Mijn kantoorgenoot hield het tijdschrift op een afstandje van het scherm. ‘Zie je het?’ …. ‘En nu?’

Daarna ging driekwart van de conversatie over het wonder der techniek. ‘Mooi hè?’ En: ‘Dat kunnen we wel vaker doen!’ De verandering begon zich te wortelen.

‘Henk, ben jij daar nog?’
Na wat heen en weer gepraat begon hij vertrouwen te krijgen dat het nieuwe apparaat écht werkte.

Daarna volgde de experimenteerfase. Kijken wat er nog meer kon. Hij begon door de ruimte te bewegen om te zien of hij tegelijkertijd kon lopen, praten en zijn vormgever kon blijven zien. ‘Fantastisch!’, klonk het af en toe. Ook het kleine schermpje in FaceTime waarop hij zelf te zien was werd heen en weer geschoven. Hij glom als een jochie in een snoepwinkel.

En tussendoor hoorde ik steeds: ‘En nu? Zie jij me nog?’ ‘Hallo, hoor je me nog?’

Het deed me denken aan vroeger, toen mijn ouders via de gloednieuwe telefoon contact zochten met ome Henk. ‘Henk? Hoor je mij? Ben je daar nog, Henk.’ En dan tegen ons in de kamer: ‘Ik denk dat de verbinding verbroken is.’ ‘Henk? Henk? Ah, daar ben je weer? Hoor je me nu weer goed Henk?….. Henk?..’

En toch was het heel bijzonder dat je Henk überhaupt over zo’n afstand kon horen!

 

Social Share

Related Posts

Leave a reply